|
Actualiteit
Meest gelezen
|
|
| Column |

Vlaamse staatsmannen
30.08.2006 - Vorige week werd in Antwerpen afscheid genomen van Hugo Schiltz. Bij zijn overlijden en bij de begrafenis werd Schiltz door het establishment van politiek en pers unaniem bejubeld als een zeldzaam “groot staatsman”. Terecht? Ach, het is een mooie traditie dat men bij het overlijden van een mens in de eerste plaats respect betoont, en uit medeleven met het leed van de familie even de twistpunten en meningsverschillen niet uitvergroot. Het is daarbij trouwens onmiskenbaar dat de politicus Hugo Schiltz ongetwijfeld zijn verdiensten heeft gehad.
Maar dat bij alle commentaren niemand van zijn Vlaamsgezinde tegenstanders aan het woord werd gelaten zegt toch erg veel over het slaafse conformisme van de gelijkgeschakelde media.
Alleen Mark Grammens heeft in zijn vrij en ongebonden ‘Journaal’ (17.08.06) de moed en de journalistieke eerlijkheid om een flink aantal zeer kritische kanttekeningen te plaatsen en de “staatsman” van zijn Belgische voetstuk te stoten. Samengevat komt het hier op neer.
Egmont en de geboorte van het Vlaams Blok
“Schiltz gaat onvermijdelijk de geschiedenis in als de stichter van het Vlaams Blok”, merkt Grammens op. “Men moet niet proberen dit te ontkennen, want dat pakt niet. Zonder het Egmontpakt, geen Vlaams Blok.”
Onder het voorzitterschap van Hugo Schiltz maakte de Volksunie een radicale en dramatische koerswijziging door. De succesvolle oppositiepartij werd omgebouwd tot een partij die absoluut aan het beleid wou deelnemen. Kost wat kost. Dat leidde uiteindelijk tot het beruchte Egmontpakt.
In 1977 plakte de Volksunie de straten van Vlaanderen nog vol met de verkiezingsslogan: ‘Gedaan met geven en toegeven’. Intussen voerde Schiltz echter achter gesloten deuren geheime gesprekken met Waalse toppolitici. Toen duidelijk werd dat Schiltz zich daarbij tot zware toegevingen had laten verleiden, werd de Volksunie bij de daaropvolgende verkiezingen genadeloos afgestraft.
Mark Grammens schrijft dat “méér nog dan de inhoud van het Egmontpakt de leugenachtigheid van hun verkiezingsslogan” de Volksunie electoraal en moreel de das heeft omgedaan. Het Egmontpakt verscheurde de Vlaamse Beweging en liet Vlaamsgezinde kringen met een trauma achter. De afkeer van de achterkamertjespolitiek en de Belgische compromissen zou – zoals Grammens juist opmerkt – een hele generatie idealistische Vlamingen naar het radicale Vlaams Blok drijven.
Federalisme: vloek of zegen?
Of Schiltz dan niks heeft gerealiseerd? Jazeker, er werd een zekere vorm van federalisme tot stand gebracht. Maar Vlaanderen heeft nog altijd heel wat minder geld en bevoegdheden dan de Basken en Catalanen, heel wat minder dan Beieren, Schotland of Québec.
Mark Grammens: “Wat men hier gewestelijke autonomie noemt, is in de praktijk een lichtjes uitgebreide culturele autonomie, met bevoegdheden inzake onderwijs en welzijnszorg, maar met een stevig in België verankerde macht.” Vlaanderen heeft nu wel een eigen parlement, maar zolang dat niets te vertellen heeft over buitenlandse en binnenlandse zaken, over belastingen, over tewerkstelling en sociale zekerheid, over justitie en ga zo maar door, is het in wezen niet veel meer dan een veredelde gemeenteraad.
“Vlaanderen werd door de opeenvolgende staatshervormingen waar Schiltz de hand in heeft gehad ‘geprovincialiseerd”, schrijft Mark Grammens. “Ik vind dat helemaal geen reden tot juichen.” En om die reden, nog steeds Grammens, kan men hem niet beschouwen als ‘Vlaams staatsman’.
Waarbij wij trouwens nog opmerken dat de Volksunie destijds (onder meer bij monde van langjarig voorzitter Van der Elst) steeds had gewaarschuwd dat “géén federalisme nog te verkiezen was boven een federalisme met drie” – met andere woorden dat de Vlamingen de institutionele minorisering van de Vlaamse meerderheid niet mochten aanvaarden. Nochtans was het dit federalisme-met-drie dat ons uiteindelijk, onder meer door Hugo Schiltz, door de strot werd geduwd.
Compromissen
“Wie niet bereid is tot compromissen moet niet aan politiek doen.” Met die woorden besloot Willy De Clercq zijn pathetische redevoering op het VLD-congres van 6 februari 2004. De aanvankelijk zwaar verdeelde congresgangers gaven daarop hun vertrouwen aan Guy Verhofstadt en de VLD bleef in de regering. Het fel gecontesteerde vreemdelingenstemrecht was een feit. De gebroken verkiezingsbelofte van Patrick Dewael – “zolang de VLD in de regering zit, komt dat stemrecht er niét” – was van hetzelfde kaliber als het “gedaan met geven en toegeven” van de toenmalige Volksunie en zou de partij in de stembus zwaar aangerekend worden. De VLD had duidelijk geen lessen getrokken uit het Egmontdebacle van de VU.
Moet of mag men dan geen compromissen sluiten in de politiek? “Jazeker”, betoogt Grammens scherp en terecht, “over belastingverminderingen of het openen van warenhuizen op zondag”. Maar niét over de kern van zijn partijprogramma, laat staan over het lot en de toekomst van Vlaanderen.
Het federalisme werd in dit land niét uitgetekend om Vlaanderen eindelijk te geven waar het recht op heeft, maar om de Belgische meubels te redden. Dat is ook de conclusie van NRC-Handelsblad in een artikel over de rol van Hugo Schiltz: “Schiltz was niet uit op het opblazen van het koninkrijk België maar juist op de versterking van het land.” Daarvoor werd hij in de herfst van zijn leven ook beloond door het Belgische regime met de onderscheiding van “minister van staat”.
Hoe Hugo Schiltz op het einde van zijn leven zelf oordeelde over één en ander weten we niet echt. We weten wél dat hij niet zo lang geleden verdienstelijke pogingen deed om het IJzerbedevaartcomité tot een écht gesprek met ondergetekende te bewegen, zonder succes overigens, want voor de verzoeners en vredestichters van het Comité is de voorzitter van de grootste Vlaamse partij geen aanvaardbare gesprekspartner. Wij weten ook dat hij in recente interviews dikwijls, nogal verrassend, bepaalde aspecten van het cordon sanitaire neerbliksemde. Of dat alles volstaat om de hoogdravende term van “Vlaams staatsman” opgeplakt te krijgen, daarover zal de geschiedenis allicht beter oordelen dan de vluchtige commentaarpennen van de regimepers.
Over dus naar Yves Leterme, die met enkele gekruide verklaringen in de Franse krant Libération een knuppel in het Waalse hoenderhok heeft geworpen.
Rondje blufpoker
“Apparemment, les francophones ne sont pas en état intellectuel d’ apprendre le néerlandais.”
Vrij vertaald : ‘De Franstaligen (in de Vlaamse rand rond Brussel) zijn schijnbaar niet verstandig genoeg om Nederlands te leren’. U kan het zich wel voorstellen: beneden de taalgrens steeg een storm van verontwaardiging op. Enkele fanatieke francofonen smeerden de arme man prompt een klacht wegens ‘racisme’ aan zijn broek.
“Much ado about nothing” wist Shakespeare al. Veel heisa om niks. Want iedereen beseft dat de ironische uitlating van Leterme alleen maar een bevestiging is van wat iedereen weet. Leterme had het dan nog maar over de Franstaligen in de Vlaamse faciliteitengemeenten. Maar het gaat natuurlijk veel verder. Iedereen wéét dat er in Laken nogal wat goedbetaald volk rondloopt dat inderdaad intellectueel te beperkt is om het Nederlands onder de knie te krijgen. En dat anderen aan het hof deze talenkennis beneden hun status en waardigheid vinden. Het Nederlands is voor hen een taal van slaven en ‘keuterboerkes’.
Dat is trouwens ook de opvatting van het gros van Franstalige inwijkelingen in Vlaams-Brabant. Voor hen is het geen kwestie van onkunde, maar van manifeste onwil. Zij willen gewoon geen Nederlands leren of spreken. Ze gedragen zich als het ‘Herrenvolk’ en die domme Vlamingen moeten zich maar aanpassen. En door het stof kruipen. Wat ze overigens ook doen. Getuige de fameuze taalfaciliteiten.
“Verbale Vlaamse krachtpatserij”, schrijft Marc Platel in ’t Pallieterke. “Een ongeloofwaardig poppenspel bedoeld om die domme Vlaamse kiezers nog maar eens te verleiden om hem en dus ook zijn partij nog meer te beminnen en te omhelzen.” Marc Platel is dus niet onder de indruk. Zo verwijst hij naar een interview waarin Bart De Wever – niet enkel de zelfbenoemde “commandant van Stalingrad” (jongens, jongens, en wat nog?) maar ook nog de halve politieke trouwboek van Yves Leterme – zegt wat er moet gebeuren om de Franstalige vloedgolf in de Vlaamse rand te keren: “Dat impliceert de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde en het afschaffen van de faciliteiten.”
Met alle ‘respect’, maar daar gaat veel volk naar komen kijken! Als we ons niet vergissen hebben zowel Yves Leterme als Geert Bourgeois destijds dure eden gezworen dat ze zelfs niet geïnteresseerd waren in een Vlaamse ministerportefeuille als de splitsing van BHV niet ‘onverwijld’ zou doorgevoerd worden. U weet wat er van die belofte in huis is gekomen…
“En nu gaan die verbale krachtpatsers ook de faciliteiten afschaffen?”, merkt Platel schamper op.
Twee gezichten
In een bitse reactie haalt Laurette Onkelinx zwaar uit naar Leterme. “De vader van Leterme sprak Frans en hijzelf is een francofiel, erg open en charmant als hij bij ons een landbouwbeurs bezoekt of op de tribune van Standard zit, maar dan keert hij terug naar Vlaanderen en hup: plots spreekt hij een andere taal.” Leterme heeft “twee gezichten” en hanteert een “dubbel discours”. Voor een keer gaan we Onkelinx geen ongelijk geven. Het was ons ook al opgevallen. En meer dan eens trouwens.
Leterme voelt aan zijn ellebogen wat er in Vlaanderen aan de hand is, en weet zich verplicht om de steeds meer Vlaamsgezinde publieke opinie naar de mond te praten. Denk maar aan het ophefmakende manifest van de Warandegroep en de recente oproep van Unizo. En hij wordt vanzelfsprekend ook opgejaagd door het groeiende succes van het Vlaams Belang. En dus slaat hij aan de vooravond van de verkiezingen op de Vlaamse trom, daarbij overigens nooit nalatend om in Wallonië op tijd en stond sussende geluiden te laten horen: “N’ayez pas peur.” Ge moet geen schrik hebben! Nee, aan de miljardentransfers wordt niet geraakt en de sociale zekerheid wordt niet gesplitst.
Marc Platel: “Handige Yves slaat dus twee vliegen in één slag: hij krijgt Vlaams applaus voor zijn wapperende Vlaamse leeuw en discreet Franstalig instemmend geknik omdat diezelfde Vlaamse leeuw belooft dat Vlaanderen de Waalse rekening zal blijven betalen.”
Met of zonder België?
Leterme liet in het bewuste interview met de Franse krant ook verstaan dat er grenzen zijn aan de Vlaamse bereidheid tot compromissen en dat Vlaanderen België niet echt nodig heeft.
Eerder hadden CD&V-kopstukken al meermaals luidop verklaard dat ze in 2007 niet tot een federale regering zullen toetreden als er geen nieuwe staatshervorming komt, met een uitgebreide overheveling van bevoegdheden naar Vlaanderen.
Bij kartelpartner N-VA leiden de Vlaamse woorden van Leterme haast tot een delirium. Maar ACV-topman Luc Kortebeeck tempert de verwachtingen: “CD&V niet in een federale regering zonder verregaande regionalisering van onder meer de werkgelegenheid en het economische beleid? (lacht schamper) Ik geloof daar niets van. Alle partijen denken regionalistisch tot het moment dat ze federale verantwoordelijkheid krijgen.” Tot zover de geloofwaardigheid van de plotse Vlaamse dadenkracht van de CD&V – en dat van een man die het kan weten…
Vlaams staatsman of dorpspoliticus?
Vroeg of laat zullen Leterme en de CD&V onvermijdelijk voor de verscheurende keuze gesteld worden: kiezen ze voor het behoud van België of gaan ze eindelijk en zonder complexen voor de verdediging van de Vlaamse belangen?
Wat dat betreft, voorspellen de laatste berichten niet veel goeds. Zo verklaarde Yves Leterme in Humo dat hij en zijn partij in heel wat steden en gemeenten al voorakkoorden hebben afgesloten met SP.A en VLD. En dat met de uitdrukkelijke bedoeling om de CD&V te verzekeren van machtsdeelname en vooral elke samenwerking met het Vlaams Belang af te blokken.
Een Vlaams minister-president die als een vulgaire huurmoordenaar het land afschuimt om partijgenoten het mes op de keel te zetten en met politieke dood te bedreigen mochten zij de verkiezingsuitslag respecteren. Het zegt heel veel over het democratische gehalte van Leterme en co. Het zegt ook veel over de mening van heel veel mensen aan de basis van zijn eigen partij. De minister-president moet zelf komen dreigen om de mensen nog in de pas te krijgen.
Wij dachten dat politici in de eerste plaats bekommerd moeten zijn om het algemene belang en goed bestuur, om het belang van hun stad of hun gemeente. Maar Leterme windt er zelfs geen doekjes meer om dat het alleen maar om de macht en de postjes draait. En allicht ook om een nieuw signaal naar de Franstaligen toe: de énige radicaal Vlaamse partij wordt verder behandeld als politieke pestlijder, wat de Vlaamse kiezer ook moge willen.
Voor wie er dus nog mocht aan twijfelen: Leterme is niet de grote staatsman die Vlaanderen nodig heeft. Integendeel, hij heeft zichzelf ontmaskerd als een kleine, ordinaire dorpspoliticus. Kijken hoeveel Vlamingen hem nog in die politieke dwaasheid volgen.
Frank Vanhecke
voorzitter@vlaamsbelang.org
|
|