
Oprichting ‘Vlaamse Commissie’
05.07.1918 - Vanaf eind 1917 nam de Vlaamse agitatie aan het IJzerfront scherpere vormen aan. In de winter van 1917-1918 vonden zelfs nachtelijke betogingen van soldaten plaats. Ook in het voorjaar van 1918 was de sfeer in de loopgraven uiterst gespannen. De hoofdreden hiervoor was zonder meer het voortdurende onrecht waarmee de Vlamingen aan het front werden geconfronteerd.
In maart 1918 begon bovendien het Duitse lenteoffensief dat de Engelsen en Fransen geweldig achteruitsloeg en het Belgische leger dreigde in te sluiten. Binnen de Frontbeweging was ondertussen een radicale, anti-Belgische, vleugel ontstaan en waren sommigen bereid om een einde te maken aan de oorlog (voor het Belgische leger) door massale capitulatie. Er bestaat weinig twijfel over dat, indien de leiding van de Frontbeweging dat had gewild, zij in de lente van 1918 met succes een dergelijk ordewoord had kunnen geven. Dat niet alleen op grond van het immer groeiende Vlaamse radicalisme onder de soldaten, maar mede door de oorlogsmoeheid en de vrees voor een vernietigend Duits offensief.
Om de gemoederen te bedaren, besliste de kroonraad op 5 juli 1918 tot de oprichting van een ‘Vlaamse Commissie’ die als taak had de verschillende problemen inzake het taalvraagstuk te onderzoeken en ontwerpen op te stellen die – na de oorlog – aan het parlement zouden worden voorgelegd. Uiteindelijk is de commissie nooit samengekomen.
Archief
|