|
|
|
|
|
|
|
| woensdag 08 oktober 2008 · 04.37u |
|
“De kroon ontbloot”
07.10.2008 17.32u - Kolonel Vaessen was jarenlang de adviseur van prins Laurent. Hij was nauw betrokken bij het schandaal van de marinefondsen die gebruikt werden om de villa van Laurent in te richten. Daarvoor was een gesofistikeerd fraudesysteem met valse facturen op het getouw gezet. Twaalf voormalige marine-officie...
Lees meer
|
|
|
Interview Charles Michel
07.10.2008 16.54u - De dag voordat de 12 onderhandelaars aan hun fameuze ‘dialoog’ beginnen, valt er alweer een krasse verklaring te lezen in de Waalse pers.
Minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel (MR) verklaart in Le Soir het volgende: “De federale regering moet tot 2011 in het zadel blijven en pri...
Lees meer
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De toespraken van de voorzitter
Antwerpen, 17.03.2007
TOESPRAAK PRO FLANDRIA
Dat Vlaams Belang met zijn miljoen kiezers, is dat nu een blok aan het been, dan wel de vleugels van de Vlaamse zelfstandigheid, was het onderwerp dat mij vandaag – weliswaar in overleg – werd opgelegd. Zijn wij met andere woorden de motor van het Vlaamse onafhankelijkheidsstreven, of zijn wij eigenlijk een rem op dit streven?
Ik neem aan dat U mijn oordeel over deze kwestie kent, ja dus, wij zijn de motor van de Vlaamse onafhankelijkheid, maar vanzelfsprekend ben ik graag bereid wat uitvoeriger te zijn, en ik zal daarbij ook pogen te antwoorden op een aantal meestal opbouwende en goedbedoelde, en in een uitzonderlijk geval ook wel eens minder goedbedoelde kritiek, die mijn partij vanuit de brede Vlaamse beweging, en ook vanwege mensen van Pro Flandria, soms toegestuurd krijgt.
Een eerste, historisch, deel van het antwoord op vraag over “vleugels of blok aan het been” ligt eigenlijk reeds in de vraagstelling verscholen. Anno 2007 is het inderdaad perfect mogelijk om in een bijeenkomst van verantwoordelijke en onderlegde Vlaamse mensen de in se revolutionaire hypothese van het onafhankelijke Vlaanderen voor te staan, en zelfs een partij te beoordelen op de mate waarop die partij al of niet bijdraagt aan het tot stand komen van dat onafhankelijke Vlaanderen. Dat is an sich al een enorme overwinning, en vooral een enorme verdienste van het Vlaams Belang, en eigenlijk van maar erg weinig anderen, hier zijn wij historisch onmiskenbaar de ruggengraat en de motor en de vleugels van geweest.
Het Vlaams Blok heeft dertig jaar geleden, in oktober 1977, eenzaam en alleen de idee van de Vlaamse onafhankelijkheid op de politieke agenda geplaatst. Om U een idee te geven, zelfs de meest radicale organisatie (ik laat even de naar het getal erg kleine radicale groepen buiten beschouwing) van de bredere Vlaamse Beweging, de VVB, volgde dit standpunt pas… veertien jaar later in 1991. In alle periodes van sterke groei van het toenmalige Vlaams Blok, toen wij met het onafhankelijkheidsstandpunt allee stonden, zijn er sirenenzangen geweest om onze communautaire toon te milderen, om over écht federalisme of over confederalisme te spreken, om het koningshuis te ontzien en meer van dat: wij hebben daarop nooit toegegeven, ook niet wanneer ons dat nog manifest stemmen kostte. Wij hadden als partij in 1977 reeds de analyse gemaakt dat het Belgische federalisme een Vlaamse vergissing was, en dat door de gewestvormingen, de grendelgrondwet, de pariteit enzovoort de Vlaamse meerderheid binnen België politiek hopeloos geminoriseerd was – we hadden het trouwens eerder kunnen weten vermits Jules Destrée reeds in zijn fameuse open brief aan de koning (sire, il n’y a pas de belges) eigenlijk pleitte voor een federale staatsstructuur om de groeiende Vlaamse demografische meerderheid (de economische macht is er pas later gekomen) te neutraliseren. Ik moet daar voor dit geleerd publiek niet verder op ingaan, U kent deze analyse en U deelt ze vermits U tot Pro Flandria behoort, maar U moet beseffen dat wij gedurende zowat twee decennia de enigen waren om ook openbaar en moedig de juiste politieke consequentie uit deze analyse te trekken. Vele anderen trokken deze consequentie binnenskamers, onder vrienden en gelijkgestemden, maar vonden altijd redenen te over om naar de buitenwereld toe zogenaamd redelijker en gematigder voor te komen. Want het is natuurlijk waar dat er politieke én menselijke moed nodig is om een revolutionair standpunt in te nemen, en dat wie dit standpunt inneemt daarvoor ook een prijs betaalt. “Le premier qui dit la vérité, il sera executé” zong Guy Béart al. In ons geval werd dat cordon sanitaire, de uitsluiting uit de zogenaamd beschaafde politieke wereld, de politieke en mediatieke behandeling als paria’s, en voor vele gewone leden en militanten werd dat, en wordt dat tot op vandaag broodroof, uitsluiting uit de vakbonden, en erger. Wat er ook van weze, het feit dat wij als zeer massale volkspartij, vanaf 1991 reeds met ruim 400.000 kiezers en daarna steeds sneller groeiend, een dergelijk radicaal standpunt innamen, en dat standpunt niet enkel passief innamen, maar altijd consequent als eerste en belangrijkste programmapunt benadrukten, en tientallen keren dat standpunt in folders geargumenteerd in miljoenen Vlaamse huiskamers binnenbrachten, dat heeft in mijn ogen mogelijk gemaakt wat nu mogelijk is. Wij zijn de taboebrekers geweest en we zijn dat op zeer massale wijze geweest.
In mijn jonge jaren was ik – onder invloed van de Franse Nouvelle Droite – een enthousiaste lezer van de machtsgreeptheorieën van de Italiaanse communistische filosoof Antonio Gramsci. Kort gezegd pleitte Gramsci voor een revolutie in de geesten, in de media, in de brede publieke opinie, in de algemeen aanvaarde consensus en de waarden van de hele gemeenschap, als noodzakelijke en voorafgaande voorwaarde om de revolutie in de feiten te doen slagen. (Augustin Cochin, Franse revolutie, les sociétés de pensée, in een maatschappij waar de elite alles bepaalde.). Welnu, exact deze taak heeft het Vlaams Blok vervuld en vervult het Vlaams Belang vandaag. Wij waren en we zijn de taboebrekers. Wij hebben het destijds onaantastbare aura van de familie Van Saksen Coburg op de helling gezet, wij hebben met studies voor intellectuelen, en met propaganda voor alle kiezers de Belgische vanzelfsprekendheid in vraag gesteld. Wij zijn degenen die van de Vlaamse onafhankelijkheid, voordien min of meer enkel een slogan van zeer radicale groepjes, een realistisch en zelfs wenselijk scenario gemaakt hebben. Nadien zijn anderen gevolgd, met één of zelfs twee decennia achterstand: de VVB, de Marnixring, het OVV, het ANZ, en nu pleit zelfs de Gezinsbond voor een splitsing van de sociale zekerheid (volgens di Rupo het einde van België) en staat het Rode Kruis zowat op barsten…
En dan is er vandaag natuurlijk ook die uiterst belangrijke evolutie van intellectuelen en bedrijfsleiders, van bij wijze van spreken Frans Crols in Trends tot het Warande-manifest, mensen die minder vanuit intrinsieke Vlaams-nationale overtuiging en eerder vanuit de nuchtere analyse van de onwerkbaarheid van het Belgische systeem komen tot het onafhankelijkheidsstandpunt - ook deze evolutie ware niet mogelijk geweest zonder het taboe-brekende werk van het Vlaams Belang.
Er heeft zich in de Vlaamsbewuste publieke opinie een fundamentele verschuiving voorgedaan van een “sleutelen aan het Belgische federalisme” naar de “feitelijke zelfstandigheid” en zelfs de “onafhankelijkheid”. Cijfer het Vlaams Belang even weg, veronderstel eens dat er niet die sterke onafhankelijkheidspartij en haar propagandamachine was, en stel U dan maar eens de vraag of het wel zo zeker is dat we het kluwen van de halve oplossingen en de verlammende compromissen zouden verlaten hebben?
Sta mij enkel nog toe daar als besluit bij het eerste stuk van mijn antwoord op de “vleugels of blok aan het been” nog aan toe te voegen dat ik het als een bijzondere verdienste van mijn partij beschouw dat we erin geslaagd zijn onze Vlaamse overtuiging sterker dan ooit voorheen binnen te loodsen in de hele Vlaamse samenleving. De Vlaamse beweging is vandaag niet enkel meer en beweging van een Vlaamse bovenlaag: wij hebben de honderdduizenden kiezers uit de minder begoede sociale klassen, die oorspronkelijk omwille van andere redenen voor ons stemden, consequent en stukje bij beetje een Vlaamse overtuiging meegegeven – dat werd trouwens recentelijk nog eens bewezen door een onderzoek van de KU Leuven: wie oorspronkelijk omwille van immigratie- of criminaliteitsstandpunten VB stemt, neemt na korte tijd ook het communautaire partijstandpunt over.
Daarmee sluit ik dus het eerste stuk van mijn argumentatie af. Samenvattend: de rol van mijn partij in het tot stand komen van de Vlaamse onafhankelijkheidsidee als een breed, populair en vooral realistisch scenario, kan nauwelijks overschat worden.
Maar daarmee is natuurlijk niet alles gezegd. De vraag is natuurlijk ook of het Vlaams Belang vandaag nog steeds kan worden beschouwd als de motor van de onafhankelijkheidsgedachte. Tegenstanders argumenteren wel eens dat het Vlaams Belang met een miljoen kiezers een reus op lemen voeten is, een dood gewicht omdat dat miljoen kiezers door het cordon sanitaire gewoon niet meespelen in de politieke besluitvorming. Nog fanatiekere tegenstanders gaan een stap verder en stellen dat het Vlaams Belang door de stijl van de partij, en/of door het vreemdelingenstandpunt als het ware ook het Vlaamse standpunt “besmet” en onbespreekbaar maakt.
Ik wil hier niet op ons vreemdelingenstandpunt ingaan, dat is niet het onderwerp van de dag, maar sta mij toe te zeggen dat wij toch steeds voor ogen moeten houden dat de Vlaamse onafhankelijkheid geen doel op zich is. Wij kiezen voor deze staatsvorm omdat wij ervan overtuigd zijn dat dit de meest efficiënte bestuursvorm voor Vlaanderen is, en daarenboven het best in staat om onze Vlaamse identiteit te beschermen. Die Vlaamse identiteit, en bij uitbreiding onze Europese identiteit, wordt op dit ogenblik reeds fundamenteel bedreigd door een explosieve cocktail van demografische achteruitgang van autochtonen, massale immigratie van niet meer te assimileren Afrikaanse mensen, en last but not least de ideologie van de multiculturele samenleving, een ideologie even onrealistisch en onwerkbaar als het communisme, en die, vrees ik, tot dezelfde problemen leiden zal. Ik beschouw bijgevolg de standpunten van mijn partij ter zake als volstrekt redelijk, als meerderheidsstandpunten in Vlaanderen trouwens, en bovendien absoluut noodzakelijk. Ik wil wel erkennen dat onze standpunten geëvolueerd zijn, en dat wij wellicht in het verleden onvoldoende hebben benadrukt dat mensen van niet-Europese afkomst die hier wettig verblijven en hun lot aan het onze verbinden willen, hier welkom zijn. En wellicht is onze stijl van propaganda niet altijd even fijn geweest. Wanneer ik echter deze tekortkomingen vergelijk met de houding van alle andere partijen die ons opzadelen met een immigratie- en vreemdelingenprobleem dat de fundamenten van onze samenleving aantast, dan denk ik dat niets de uitsluiting waarvan wij het slachtoffer zijn rechtvaardigt. Bovendien moeten wij er ons zeer goed van bewust zijn dat achter de snel-Belg-wet en het vreemdelingenstemrecht vanwege de Franstaligen ook een zeer bewuste communautaire agenda zit, waarmee onder andere de Brusselse Vlamingen nog meer politiek gemarginaliseerd werden, en waarmee men bewust en actief het electoraal gewicht van de Vlaams-nationale partij in de grote steden procentueel aantast.Maar dit terzijde.
Vraag is dus op wij op dit ogenblik een rem zijn op de mars naar de Vlaamse autonomie.
Ik zou daarop zeer eenvoudig maar wel beslissend met een vraag kunnen antwoorden. Stel dat het Vlaams Belang niet bestond, zou dan het Vlaamse onafhankelijkheidsstreven politiek vérder staan? Zouden er veel politici van àndere partijen, zo tuk op ministerschappen, eretekens, ontvangsten in Laken en dies meer, klaar staan om onze taak over te nemen? Sta mij toe daaraan te twijfelen, en zelfs het omgekeerde te denken.
De politiek heeft met het bedrijfsleven de concurrentiedynamiek gemeen. De schijnbaar machteloze groene partij zorgt er hoe dan ook in niet geringe mate voor dat de milieuproblematiek ook door andere partijen ernstig genomen wordt. Mutatus mutandis duwt het scherpe en klare Vlaams-nationalisme van het Vlaams Belang andere Vlaamse partijen in dezelfde richting, een richting die zij niet zouden inslaan mochten wij niet bestaan en mochten wij niet electoraal zeer sterk staan.
Het verbaast mij trouwens altijd hoe naïef nog steeds zovele Vlaamse “opinion leaders” blijven. Neem nu dat derde Vlaamse lentemanifest van een paar weken geleden, een mooie opsomming van standpunten van redelijkheid en gezond verstand en bereidheid tot dialoog, daar niet van, en van een flink aantal betrokkenen zelfs een moedige zaak. Allemaal goed en wel, maar wat staat daar aan de àndere kant van de taalgrens tegenover? En slechter nog: welke politici aan déze kant van de taalgrens zijn bereid om van de uitgangspunten van dat lentemanifest échte breekpunten te maken, en dan niet enkel in de verkiezingspropaganda, maar ook daarna bij de regeringsvorming? De vraag stellen is ze beantwoorden.
En nochtans leven we in merkwaardige tijden. Er is op dit ogenblik een neo-Belgisch-unitaristisch offensief aan de gang. De vernieuwde “open-VLD” trekt zelfs openlijk die kaart omdat het de enige kans is voor het zinkende partijschip om aan de macht te blijven, niet omwille van de Vlaamse politieke populariteit, integendeel zelfs, maar omwille van de politieke steun bij de Franstaligen. De Spa weet dat haar macht in het rechtse Vlaanderen onlosmakelijk verbonden is met het lot van de Parti Socialiste. En de CD&V - N-VA, och daar vrees ik dat het nog het grootste aantal ontgoochelden vallen zullen. Want nogmaals, wat een naïveteit aan Vlaamse kant. In 2004 had men het over “vijf minuten politieke moed” en over “nooit een regering zonder splitsing van BHV”, en men weet wat daarvan gekomen is – des te dramatischer omdat er niet eens een regeringsakkoord nodig was maar enkel een simpele stemming in het parlement, om nota bene simpelweg de bestaande Belgische wet toe te passen. Zelfs de wet doen respekteren durft men niet, niet in de zaak BHV, niet wat betreft de taalwetten in Brussel. En dan zou ik moeten geloven dat men na 10 juni 2007 op fundamentele wijze de miljardenstroom van Vlaandeen naar Wallonië zou aanpakken?
Waarom zou ik dat trouwens geloven, wanneer alles op het tegendeel wijst. Misschien horen sommigen het niet graag, maar dit zijn feiten:
2004: Yves Leterme verklaart dat er met het Vlaams Blok niet kan gesproken worden omdat die partij de splitsing van de sociale zekerheid tussen Vlaanderen en Wallonië voorstaat.
2005: Yves Leterme verklaart in Le Soir: “N’ayez pas peur”, wij willen geen splitsing van de sociale zekerheid.
2006: Yves Leterme verklaart in een TV-programma dat hij de Parti Socialiste (de partij van Onkelinx en Flahaut en de sociale huisvestingsdieven, de partij die van Wallonië een moreel, politiek en economisch kerkhof gemaakt heeft) absoluut verkiest boven het Vlaams Belang.
2007: Yves Leterme verzet zich tegen het verder afkalven van de macht van de familie Van Saksen Coburg…
Het spijt mij dames, en heren, naïveteit heeft iets charmant maar wanneer essentiële belangen van ons volk op het spel staan heeft het ook iets zeer doms. Wie mij trouwens in 60 jaar na-oorlogse politieke geschiedenis van België één enkel voorbeeld kan noemen van de machtige Vlaamse christendemocratie die het Waalse “non” met een rustig maar principieel Vlaams “neen” heeft beantwoord, mag nu opstaan. En dus: mensen die zichzelf Vlaams-nationalist noemen en kiezers hiervoor lokken zijn aan een gewetensonderzoek toe, want deze keer kan niemand zeggen “wir haben es nicht gewusst”.
Nogmaals, vandaag gaat het zelfs niet mee over het behoud van de status quo. Er is een Belgisch-unitaristisch offensief aan de gang. De miljardenstroom die onze toekomst hypothekeert wordt niet eens meer in vraag gesteld, en de franstaligen voeren een offensieve strategie rond de grenzen van Brussel. En wat staat daar tegenover? Opnieuw niets.
Nochtans hebben de Vlaamse partijen, mochten ze het willen, het beste wapen in handen. Het zou volstaan te zeggen dat de vorming van een federale regering voor hen geen vanzelfsprekendheid mee is. Het zou volstaan te zeggen dat de franstaligen beter een redelijke houding aannemen, want dat zij een volgende keer wel met onderhandelaars van het Vlaams Belang zouden te maken kunnen krijgen.
Maar niemand doet dit. Sommigen omdat zij niet durven. De meerderheid omdat zij eigenlijk met handen en voeten gebonden zijn aan de vele profitariaatsmeanders, niet in het minst via ziekenfondsen en vakbonden, van het Belgische systeem.
Ik kom tot een besluit want uiteindelijk spreek ik hier voor een goed geïnformeerd en intelligent publiek da ongetwijfeld zijn eigen keuzes maakt.
Welnu, er zijn geen zesendertig mogelijkheden. Het is vijf voor twaalf. U weet dat wij op heel wat gebieden beslissende tijden beleven en U weet ook – anders was U hier niet bij Pro Flandria – dat de Vlaamse autonomie een voorwaarde is om onze welvaart en onze identiteit te beschermen.
En dan is de keuze aan U. Carl Schmidt en Julien Freund hebben de essentie van het begrip politiek gedefinieerd als de keuze van vriend en vijand, van bondgenoot en tegenstander.
Ik kan U maar zeggen – als antwoord op uw vraag naar vleugels of blok aan het been – dat er maar één (weliswaar onvolmaakte en voor verbetering vatbare) partij is die nu al bijna 30 jaar aan een stuk die onafhankelijkheidsidee durft uitdragen, die daarvoor een zware prijs betaald heeft en nog elke dag betaalt, en dat ik persoonlijk denk dat het tijd wordt dat de Vlaamse elite – waar U toe behoort - nog massaler en vooral nog meer met open vizier gaat erkennen en zeggen wat een miljoen Vlaamse kiezers reeds hebben begrepen en ondersteund: niet het Vlaams Belang, maar integendeel het cordon sanitaire tegen het Vlaams Belang is de rem op de weg naar de vrijheid voor ons land en voor ons volk.
Frank Vanhecke
Voorzitter Vlaams Belang
|
|