
Frank Vanhecke brengt Vlaamse kranten voor rechtbank
24.05.2007 12.57u - Ondemocratische weigering van verkiezingsadvertenties moet ophouden – ook een oppositiepartij heeft recht op het voeren van een campagne
Op verzoek van voorzitter Frank Vanhecke heeft de raadsman van het Vlaams Belang gisteren een verzoekschrift tot staking ingediend bij de voorzitter van de Rechtbank van Koophandel om bij hoogdringendheid een einde te maken aan de onwettige praktijk waarbij alle Vlaamse kranten een verkiezingsadvertentie van Frank Vanhecke weigeren, en dit terwijl andere verkiezingskandidaten wel mogen adverteren. Er wordt gevraagd deze kranten te verplichten de advertentie alsnog te publiceren op straffe van een dwangsom van 500.000 euro bij overtreding.
Door zelfs een eenvoudige betaalde advertentie van een persoonlijke kandidaat te weigeren, maken alle Vlaamse kranten zich schuldig aan een ondemocratische praktijk, die – indien dit in Rusland zou gebeuren – zou aangemerkt worden als een onaanvaardbare belemmering van de toegang van een oppositiekandidaat tot de media. De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) stelt in een nota trouwens uitdrukkelijk dat de gelijke toegang tot de media moet gewaarborgd worden.
Deze weigering is flagrant onwettig wegens strijdigheid met de wet op de handelspraktijken en de antidiscriminatiewet. De wet op de handelspraktijken bepaalt dat oneerlijke handelsgebruiken verboden zijn; volgens vaste rechtspraak en rechtsleer valt daaronder de ‘onrechtmatige verkoopsweigering’, die onder andere kan blijken uit het ontbreken van elke motivering. In dit geval hebben De Standaard, Gazet van Antwerpen en Metro geen enkele ernstige motivering gegeven voor hun weigering. De antidiscriminatiewet verbiedt in de versie zoals ze vandaag van kracht is elke vorm van discriminatie, ook die op basis van politieke overtuiging. De antidiscriminatiewet voorzag aanvankelijk een limitatieve lijst van discriminatiegronden, maar die beperking werd door het Arbitragehof op vraag van Vlaams Belang vernietigd. Daardoor is thans ook de discriminatie op basis van politieke overtuiging verboden.
Het Vlaams Belang wil zich uiteraard niet mengen in de redactionele onafhankelijkheid. De krantenredacties wijzen er bovendien zelf op dat het de commerciële redacties zijn die beslissen over het al dan niet plaatsen van advertenties. Het is echter absoluut onaanvaardbaar dat CD&V de Vlaams Belang-kiezers via een betaalde advertentie kan aanspreken, terwijl onze partij het recht werd ontzegd om door middel van een zelfde betaalde advertentie te reageren.
Net zoals de Raad van State destijds op vraag van Vlaams Belang De Post verplicht heeft politieke pamfletten zonder censuur te verspreiden, zo vragen wij nu dat de rechtbank haar verantwoordelijkheid neemt tegenover de commerciële krantenredacties. Vrije meningsuiting omvat niet alleen het recht te zeggen wat men denkt, het omvat ook het recht om die mening op een normale manier te kunnen verspreiden en bekend maken; politieke advertenties zijn daar een vorm van. Het is tekenend voor het verstikkende politiek-correcte en ondemocratische klimaat in dit land dat de voorzitter van de grootste partij van het land zich moet wenden tot de rechtbank om datgene te bekomen wat in elk land vanzelfsprekend is: een advertentie plaatsen om zijn kandidatuur te ondersteunen.
De procedure als in kort geding start op 30 mei aanstaande om 9 uur in zaal E van de Rechtbank van Koophandel te Brussel (regentschapsstraat 4, 1000 Brussel).
Jurgen Ceder
Senator
|